FR  -  NL

FR  -  NL

Uitvoering van gerechtelijke beslissingen

Een van de essentiële opdrachten van het beroep van de Gerechtsdeurwaarder is ongetwijfeld de uitvoering van uitvoerbare titels. Hieronder vindt men in wezen de volgende titels terug :


Uitvoeringsprocedures

Indien een of meerdere partijen een gerechtelijke beslissing niet respecteren, kunnen zij hiertoe gedwongen worden door de gedwongen tenuitvoerlegging van de uitvoerbare titel.

De uitvoerbare titel moet voorafgaand betekend worden door een Gerechtsdeurwaarder, en in de meeste gevallen moet de titel eveneens zijn voorafgegaan door een bevel om te betalen; door middel van deze akte geeft de schuldeiser een laatste termijn aan de schuldenaar om zijn verbintenissen na te komen.

In bepaalde gevallen is het in geval van dringendheid mogelijk om zonder uitvoerbare titel over te gaan tot een bewarend beslag. Het is echter verplicht om de toelating hiervoor te krijgen van de beslagrechter, met uitzondering van de procedure van bewarend derdenbeslag.

Deze toelating is ondergeschikt aan de volgende voorwaarden :


De voorlopige uitvoering

De voorlopige uitvoering is het feit dat een gerechtelijke beslissing kan worden toegepast vanaf de uitspraak ervan, en dit zelfs in geval van potentieel verhaal.

De voorlopige uitvoering wordt :


De middelen van tenuitvoerlegging

Welke zijn de verschillende uitvoeringsmaatregelen die genomen kunnen worden op basis van een uitvoerbare titel teneinde de veroordelingen van sommen te recupereren ?


De bescherming van de schuldenaar in het kader van de gedwongen tenuitvoerlegging

Ongeacht welke soort procedure wordt beoogd, heeft de wetgever een zeker aantal regels voorzien die bestemd zijn om een deel van het vermogen van de schuldenaar te vrijwaren.

Het is zo dat inzake uitvoerend beslag op roerend goed, een bepaald aantal goederen niet het voorwerp kan uitmaken van een beslag; deze worden opgesomd in artikel 1408 van het Gerechtelijk Wetboek.

Er wordt eveneens een bijzondere bescherming voorzien met betrekking tot de goederen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het beroep van de beslagene en dit ten belope van 2500 euro.

Inzake derdenbeslag (salaris, bankrekeningen, ...) , moet men de artikelen 1409 en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek in aanmerking nemen, die de beslagbare inkomsten bepalen.

Inzake onroerende procedures, voorziet artikel 59 van de wet van 04/08/1992 op het hypothecair krediet een verplichte verzoening voor de beslagrechter voor elke maatregel van tenuitvoerlegging.